donderdag 4 oktober 2012

Mijn overgrootmoeder als gids: aandachtig boodschappen doen



Als het om koken en eten gaat, hou ik niet erg van regels en geboden, ook niet als het om andere dingen gaat trouwens. Met gezonde weerzin begon ik zo'n twee jaar geleden dan ook aan het boek Een pleidooi voor echt heten van Michael Pollan. Die weerzin liet ik bij het lezen snel varen. Pollan geeft een lijst tips en regels die helpen om bewuster met eten om te gaan, bij het boodschappen doen, het koken en het eten zelf. De lijst is hier te vinden. Ik wil er de komende tijd hier een aantal delen, omdat een aantal ervan volgens mij goede oefeningen zijn in aandacht voor koken en eten. Probeer dit niet als heilige geboden te lezen, maar veel meer als inspiratiebron bij je eigen avonturen in de winkel, achter je fornuis en aan tafel.

Regel 2: Zou je overgrootmoeder dit als eten herkennen?
Ga eens met je aandacht naar je overgrootmoeder. Kun je contact met haar maken? Probeer je haar voor te stellen bij het inkopen doen. Hoe zou zij door een supermarkt anno nu lopen? Wat zou ze herkennen? Zou ze het een prettige omgeving vinden? En vooral: wat zou ze kopen voor de avondmaaltijd? Zou het bijvoorbeeld een diepvriespizza worden, een wereldmaaltijdkit tegen Knorrende honger (zelf toevoegen: kipfilet en een half paprikaatje), of zou ze toch een zak aardappelen, veel groente en misschien een stukje spek of vlees kopen? Probeer alleen die dingen te kopen, die je overgrootmoeder ook zou herkennen als eten.

Ik vind dit een leuke oefening om te doen. Als ik werkelijk met mijn aandacht naar alles ga wat de supermarkt te bieden heeft, dan kan ik een schaterlach niet onderdrukken. Gemak dient de mens is soms een mooi uitgangspunt, maar het heeft ook geleid tot schappen vol sauszakjes ("variatietip: voeg een klontje ├ęchte boter toe") en dozen met bladerdeegplakjes en banketbakkersroompoeder (oma zou het woord niet eens herkennen), om thuis die authentieke (ambachtelijke!), zelfgemaakte tompoezen mee op tafel te zetten.

Een voordeel van deze oefening is, dat ik hele gangpaden kan overslaan. Mijn overgrootmoeder leidt me als gids naar de groente-afdeling, de verse vlees-, vis- en kaasafdeling, de afdeling droogwaren en soms langs het kruidenrek. Ik ben in een oogwenk klaar met mijn boodschappen, en hou zo meer tijd over voor de bereiding van mijn maaltijd. 

Ter inspiratie een  recept, dat opoe zeker zou herkennen, al heb ik er een eigen draai aan gegeven:

Langzaam gestoofde rode kool met appel en specerijen
genoeg voor een heleboel eters, of vries het in
1 rode kool
3 of 4 flinke, frisse, niet moeskokende appels
een halve tot een hele fles rode wijn
een flinke scheut port
2  uien
4 laurierbladeren
6 kruidnagelen
2 stokjes kaneel
evt. Maizena
zout, peper, rode wijnazijn, suiker

Snijd de rode kool zo dun als je kunt. Daar bestonden in grootmoeders tijd speciale koolmessen voor, kijk eens op een rommelmarkt of zo. Doe de kool in een kom, samen met de in hapklare blokjes gesneden appels en de gesnipperde ui. Voeg de specerijen toe en voeg zoveel rode wijn, toe, dat het ongeveer 3/4 onder staat. Voeg ook de scheut port toe. Laat dit een uurtje of 4 marineren.Tussendoor 1 keer goed omscheppen.  Doe het geheel in een pan met wat zout en flink peper en laat het op laag vuur, met deksel gaar worden. Hoe gaar? proef, en proef nog eens. Welke structuur vind je lekker? Hou als globale richttijd een uurtje stoven aan. Haal de kool uit het vocht, verwijder de specerijen, en laat het vocht wat inkoken en bind eventueel met een theelepeltje maizena. Doe de kool terug bij het vocht, roer goed om en laat nog even goed doorwarmen. Proef vervolgens of de smaak je bevalt. Corrigeer eventueel de smaak met azijn (als het je te zoet is), of wat suiker (als het je te zuur is). Eventueel nog wat zout en peper toevoegen en laat het grote genieten maar beginnen!



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen